Naar inhoud springen

regen

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Regen
Regen.
  • re·gen
  • In de betekenis van ‘neerslag’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord regen regens
verkleinwoord regentje regentjes

deregenm

  1. (meteorologie) neerslag van tot druppels gecondenseerde waterdamp
    • Na deze lange droogte kunnen we best wat regen gebruiken. 
     Een zwart-wit beeld uit de jaren vijftig van de vorige eeuw: regen op het Lodewijk Napoleonplein in Assen, een man met een paraplu laat zijn honden uit, huizen van baksteen onder steile driehoekige daken. Er is maar een verbinding met het beeld van de schamele behuizingen in Tutwiler, Mississippi: de blues.[2]
     Wat was het raar om mijn paraplu opeens tegen de regen te moeten gebruiken in plaats van tegen de zon.[3]
  • Na regen komt zonneschijn.
Je zult niet altijd pech hebben.
  • Regen in mei, dan is april voorbij.
De natuur kiest zelf welke volgorde ze aanhoudt.
  • Als het regent in Parijs, druppelt het in Brussel.
Nieuwigheden verschijnen eerst in Parijs, dan in Brussel.
  • Van de regen in de drup.
Terwijl het ene probleem opgelost is, is er een nieuw probleem ontstaan, zodat de situatie per saldo niet verbeterd is.
vervoeging van
rijgen

regen

  1. meervoud verleden tijd van rijgen
    • Wij regen. 
    • Jullie regen. 
    • Zij regen. 
  2. gebiedende wijs van regenen
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]
  1. "regen" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 11 mei 2025 Weblink bron “Window of my eyes: Harry Muskee en de verloren tijd” (zaterdag 16 januari 2016, 13:44), NOS
  3. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

regen

  1. overgankelijk bewegen
    «Er regte seinen Finger.»
    Hij bewoog zijn vinger.
  2. wederkerend sich ~ zich bewegen
    «Er regte sich niet.»
    Hij bewoog zich niet.

regen

  1. (meteorologie) regen; neerslag van tot druppels gecondenseerde waterdamp

regen

  1. (meteorologie) regen; neerslag van tot druppels gecondenseerde waterdamp