behaaglijk
Uiterlijk
- Geluid: behaaglijk (hulp, bestand)
- IPA: / bəˈhaxlək / (3 lettergrepen)
- be·haag·lijk
- Naamwoord van handeling van behagen met het achtervoegsel -lijk
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | behaaglijk | behaaglijker | behaaglijkst |
| verbogen | behaaglijke | behaaglijkere | behaaglijkste |
| partitief | behaaglijks | behaaglijkers | - |
behaaglijk
- aangenaam warm en gezellig
- Er heerste een behaaglijk gevoel in die ruimte.
- ▸ Hoewel de onderwerpen niet bepaald vrolijk waren, had ze tijdens het gesprek een behaaglijk gevoel gekregen.[1]
- tevreden, op zijn gemak
- Hij is een behaaglijke man.
- Het woord behaaglijk staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "behaaglijk" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ “All-inclusive”
(2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht
, ISBN 90-229-9182-2 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -lijk in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %