Kaapse vos
| Kaapse vos IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2014) | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Volwassen dier met een Helmparelhoen als prooi | ||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||
| ||||||||||||
| Soort | ||||||||||||
| Vulpes chama (Smith, 1833) | ||||||||||||
![]() | ||||||||||||
| Verspreidingsgebied | ||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||
| Kaapse vos op | ||||||||||||
| ||||||||||||
De Kaapse vos of Kamavos (Vulpes chama) is de enige soort uit het geslacht Vulpes die in het wild in zuidelijk Afrika voorkomt. Hij kan daar worden aangetroffen in zuidelijk Angola, Botswana, Namibië, Zuid-Afrika en zuidwestelijk Zimbabwe. De Kaapse vos is een slank gebouwde vos met een zilvergrijze rug, een geelbruine achterkant van de oorschelp en witte haren aan de voorkant langs de rand van de oorschelp. Hij leeft meestal in droge gebieden en voedt zich voornamelijk met kleine zoogdieren en insecten, maar eet ook vogels, kleine reptielen en fruit. De soort staat op de IUCN-lijst als niet-bedreigd.[2]
Kenmerken
[bewerken | brontekst bewerken]De Kaapse vos is een slank gebouwde vos die 2½–4½ kg weegt, een schofthoogte van 30–35 cm heeft met een kop-romplengte van 45–62 cm, en de staart van doorgaans 30–36 cm lang. Beide gelachten zijn vergelijkbaar in uiterlijk en grootte hoewel de rekels gemiddeld iets zwaarder zijn dan de moervossen. De oren zijn groot en puntig. De snuit is kort en puntig. De vacht aan de rugzijde is overwegend zilvergrijs, maar de achterkant van de oren is rossig en er komen witte haren voor aan de voorkant langs de rand van de oorschelp. De nek en zijkanten zijn lichter van kleur en de onderkant is lichtbruin. Wittige vlekken komen voor op de keel. De bovenkant van de achterpoot is donkerbruin en contrasteert met de lichtere onderpoot. De staart is bossig, lichtbruin van kleur, met steeds meer zwarte haren aan de rugzijde richting de punt, die volledig zwart is. De vacht is zacht en bestaat uit dichte golvende ondervacht van ongeveer 2½ cm lang. De ondervacht is bedekt met een dikke laag dekharen van maximaal 4 cm lang. De rui vindt plaats tijdens het regenseizoen van oktober tot november. Moervossen hebben een paar tepels in de liezen en twee of drie paar op de buik.[2]
Anatomie
[bewerken | brontekst bewerken]De schedel is langwerpig en smal en heeft in verhouding grote gehoorkapsels. Het snuit is smal en slank met een duidelijke daling ter hoogte van de tweede valse kies. Schedels zijn gemiddeld ongeveer 11½ cm lang. De inhoud van de hersenpan is ongeveer 38½ ml en het gewicht van de hersenen wordt geschat op 53 g. De lengte van de bovenkaak is ongeveer 1,4 keer de breedte. De tandformule van de volwassen Kaapse vos is 3.1.4.23.1.4.3 × 2 = 42, dat wil zeggen drie snijtanden, een hoektand, vier valse kiezen en twee ware kiezen in elke helft van de bovenkaak, en diezelfde elementen in de onderkaak behalve dat zich daar drie ware kiezen in elke kaakhelft bevinden. Dit is identiek aan de elementen van het gebit van de hond.[2]
Verschillen met vergelijkbare soorten
[bewerken | brontekst bewerken]De Kaapse vos is het nauwst verwant aan de Bengaalse vos en de oostelijke zandvos. Hij is qua grootte vergelijkbaar met de Bengaalse vos maar de lengte van het oor is meer dan 85 mm, terwijl die bij de Bengaalse vos doorgaans minder dan 81 mm is. De schedel van de Kaapse vos is iets breder en de bovenkaakstreek korter dan bij de Bengaalse vos. De Kaapse vos heeft een kop-romplengte van meer dan 30 cm en is iets groter dan de oostelijke zandvos van minder dan 30 cm lang, terwijl die laatste ook kan worden onderscheiden door zijn staart waarvan alleen aan het uiteinde donker is. De grootoorvos kan in hetzelfde gebied voorkomen als de Kaapse vos, maar de eerstgenoemde heeft veel grotere oren met een lengte van minstens 11 cm, is zwaarder met meer dan 3,2 kg, mist de lichtere kleur van de buikzijde en de donkerdere, zwartgepunte staart.[2]
Taxonomie
[bewerken | brontekst bewerken]De Kaapse vos is voor het eerst wetenschappelijk beschreven door de Schotse militaire arts en zoöloog Andrew Smith in 1833 op basis van een collectie uit de omgeving van de monding van de Oranjerivier en gaf het dier de naam Canis chama. In 1839 plaatste hij het dier in het geslacht Megalotis en maakte een verschrijving in de soortnaam zodat de combinatie Megalotis caama ontstond. De Britse diplomaat en natuuronderzoeker Edgar Leopold Layard noemde de soort in 1861 Canis variegatoides, maar deze naam was niet meer beschikbaar omdat Smith die in 1833 als had gebruikt voor zadeljakhals, waarvoor tegenwoordig de wetenschappelijke naam Lupulella mesomelas wordt gebruikt. In 1900 plaatste Philip Lutley Sclater de soort in hetzelfde geslacht als de gewone vos, een maakte zo voor het eerst de combinatie die nu nog steeds wordt gebruikt, Vulpes chama. De Duitse leraar en zoöloog Theophil Johann Noack meende dat exemplaren uit Transvaal zich onderscheidem en noemde die in 1910 Megalotis hodsoni. De Kaapse vos wordt gerekend tot de orde Roofdieren, familie Hondachtigen.[2]
Leefwijze, predatoren, voedsel
[bewerken | brontekst bewerken]De Kaapse vos is een nachtdier en leeft alleen of in paren. Het dier wordt soms bejaard door leeuwen en zijn jongen kunnen worden gedood door de honingdas. Hij wordt ook af en toe belaagd door de zadeljakhals en andere roofdieren zoals luipaarden, caracals en roofvogels.[2]
Hij voedt zich voornamelijk met kleine zoogdieren en insecten, maar eet ook vogels, kleine reptielen en fruit. Hij eet doorgaans vliegen, kevers, sprinkhanen en termieten. De consumptie van kleine zoogdieren varieert afhankelijk van de locatie en kan bestaan uit knaagdieren, haasachtigen, insecteneters en vee, zowel als aas als als verse prooi. Kleine knaagdieren maken 20-45% uit van het voedsel van de Kaapse vos. De meest geconsumeerde knaagdieren waren Saccostomus campestris, veeltepelmuis en Zuid-Afrikaanse renmuis in Botswana, Hottentotmolrat in de voormalige Kaapprovincie, Micaelamys namaquensis en Indische naaktzoolrenmuis in de provincie Vrijstaat , veeltepelmuis, Zuid-Afrikaanse renmuis, Afrikaanse dwergmuis, S. campestris en Hottentotmolrat in Transvaal.[2]
Voortplanting
[bewerken | brontekst bewerken]De voortplanting vindt doorgaans plaats in het vroege voorjaar en de jongen worden meestal in september of oktober geboren, maar het kan ook pas in december gebeuren. De draagtijd is ongeveer 52 dagen, waarna meestal twee tot vijf welpen geboren worden. Deze wegen bij geboorte slechts 50 tot 100 gram. Na één jaar zijn ze volgroeid. Jongen worden geboren in een hol en vrouwtjes kunnen meerdere nesten per jaar in hetzelfde hol krijgen. Meerdere vrouwtjes kunnen ook tegelijkertijd hetzelfde hol delen. Kaapse vossen kiezen savanne en vermijden struikgewas voor hun holen. Het dier wisselt soms van hol, maar blijft in opeenvolgende jaren meestal in hetzelfde gebied. Het mannetje voorziet het vrouwtje ten minste 1-2 weken na de geboorte van voedsel. Jonge volwassenen die rondom het hol aanwezig zijn, voeden de jongen niet, maar stelen in plaats daarvan voedsel dat door de ouders naar het hol wordt gebracht. Jongen beginnen na 4 maanden zelfstandig te jagen en spelen overdag vaak buiten. Jongen blijven bij het vrouwtje tot ze 5-11 maanden oud zijn. Jongen kunnen zich tot ruim 20 km van hun geboortehol verspreiden, maar vrouwtjes kunnen soms in hun geboortegebied blijven.[2]
Verspreiding en leefgebied
[bewerken | brontekst bewerken]De Kaapse vos komt voor in Angola, Namibië, Botswana, Zuid-Afrika en misschien ook in Lesotho en Swaziland.[1] De Kaapse vos komt voornamelijk voor in droge, open gebieden zoals halfwoestijn struikgewas, Karoo, grasland met of zonder struikgewas, savannes en open vlaktes, en geeft de voorkeur aan de nabijheid van rotsen en bergkammen. Sommige exemplaren zijn ook waargenomen in matig dichte vegetatie van laagland fynbos. Hij is te vinden in open habitats met jaarlijks minder dan 500 mm neerslag en op hoogtes van ongeveer 1000-1500 m waar de jaarlijkse neerslag ongeveer 750 mm bedraagt. Hij lijkt te hebben geprofiteerd van de ontwikkeling van de landbouw, door zijn populatiegrootte in het zuidwesten van zijn geografische verspreidingsgebied te vergroten, waarschijnlijk door een toename van de voedselrijkdom. Hij is te zien in recent afgebrand terrein, maar vermijdt bosgebieden.[2]
Galerij
[bewerken | brontekst bewerken]- Kaapse vossen met welp
- Welpen van de Kaapse vos
- De schedel van een Kaapse vos
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Cape_Fox op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
